De reis is ten einde gekomen. De afgelopen maanden zijn vele vondsten, vinders en verhalen de revue gepasseerd, maar nu is het dan toch echt voorbij. De campagne Onder onze voeten. Een reis langs Brabantse bodemschatten werd op zondag 19 december in het Breda’s Museum afgesloten. Daar werd o.a. teruggeblikt middels onderstaand filmpje, een compilatie van de hand van Frank van Mourik. Kijk mee en geniet!
Onder onze voeten: de terugblik
Op zondag 19 december komt de reis langs Brabantse bodemschatten tot een einde. In het Breda’s Museum worden de meest bijzondere vondsten, speciaal voor deze dag, geëxposeerd. Vanaf 14.30 uur is iedereen van harte welkom om deze vondsten zelf te komen bewonderen. Om 15.00 en 16.00 verzorgt het naburige Archeologische Depot rondleidingen, ofwel een unieke kans op een kijkje in de archeologische keuken.
Bijzonder is de presentatie van een vondst uit de gemeente Oisterwijk. Daar werd Marokkaans aardewerk gevonden, wat op z’n zachtst gezegd opmerkelijk is. Onder onze voeten ging op zoek naar het verhaal achter deze vondst en ontdekte drie mogelijke verklaringen. In onderstaand filmpje worden deze verhalen door schrijver Jeroen Thijssen gepresenteerd, en bij de slotmanifestatie wordt het ware verhaal bekend gemaakt. Nieuwsgierig? Kijk mee en oordeel zelf. Laat gerust een reactie achter.
Marokkaans aardewerk in Oisterwijk
Dus: zondag 19 december, Breda’s Museum 14.30-17.00 uur, toegang gratis!
Open Monumentenweekend 2011 staat dit jaar in het teken van ’Nieuw gebruik, Oud gebouw’. Misschien niet direct een thema waarbij je direct aan archeologische monumenten denkt, maar toch vallen er tijdens het weekend bijzondere archeologische locaties te ontdekken die een nieuwe bestemming hebben gekregen. In Dordrecht bijvoorbeeld kan een bezoekje worden gebracht aan de tussen 1982 en 1988 opgegraven Middeleeuwse kelder van het Huis Scharlaken. De kelder ligt op de plek waar rond 1200 de eerste stenen huizen in Dordrecht werden gebouwd. In de kelder bevindt zich nu een permanente presentatie, waarin enkele vondsten uit de beerkelder en drie schermen waarop de geschiedenis van Huis Scharlaken wordt verteld. De kelder is geopend op zaterdag 10 en op zondag 11 september, van 10:00 tot 17:00 uur.

De laatste analysedag van Onder onze voeten vond plaats op zondag 28 november in het Heemhuis in Halsteren, in samenwerking met heemkundekring Halcterth. Waar de reis ooit begin in de hitte van de zomer, was het inmiddels winter geworden. Maar de verhalen bleven komen…
Analysedag in Halsteren
Het Dongha Museum vormde op zondag 31 oktober het aangename decor voor een middagje bodemvondsten analyseren. Jong en oud werden door het panel van informatie en verhalen voorzien. Check de videoreportage van onze reporters Fatima en Anne.
Bodemschatten determineren in het Dongha Museum
Archeologische vondsten helpen om het verleden te reconstrueren. Vaak levert dat boeiende verhalen op, maar soms zijn de bijbehorende verhalen… wat minder smakelijk. Maar ook die vondsten hebben hun waarde en leren ons over het leven van toen.
Door Nico Arts

Over de hygiëne in middeleeuws Eindhoven weten we maar een paar dingen. In tegenstelling tot elders zijn pispotten en beerkelders in Eindhoven zeldzame vondsten. Men deed het vermoedelijk gewoon in de tuin. De douche was nog niet uitgevonden en over zeep weten we erg weinig. Er bestond wel reukwater, een soort parfum, maar dat was alleen maar om stank te verbergen. In de stad was schoon zwemwater ver te zoeken. Mensen gingen soms in bad, en dat gebeurde vaak gemengd. Mensen schaamden zich niet voor hun blote lichamen. De schaamte over het naakt zijn en de daarmee gepaard gaande preutsheid is pas na de middeleeuwen ontstaan. Blote piemels, borsten en billen waren vroeger geen taboes. Vrijen gebeurde zonder condoom, die pas twee eeuwen geleden is uitgevonden. Op sommige lichaamsonderdelen wemelde het vaak wel van allerlei kleine beestjes. Hardnekkige middeleeuwse beestjes leefden in de hoofdharen, waarschijnlijk eveneens in de schaamharen. Het waren luizen die veel jeuk veroorzaakten. Vaak worden tijdens opgravingen houten en benen kammen gevonden waarvan de tanden heel dicht langs elkaar staan. Dergelijke kammen werden gebruikt voor het verwijderen van hoofdluizen. Die beestjes bestaan nog steeds, en de kammen ook, maar tegenwoordig zijn de kammen van plastic.
Archeologen weten dat er tussen de tanden van de luizenkammen nog een schat van informatie verborgen kan zijn. Daarom worden die kammen slechts heel voorzichtig gewassen. Het oude vuil tussen de tandkammen kan nog informatie bevatten over het soort luizen. Archeologie is een smakelijk vak, toch?
Foto: Laurens Mulkens.
De geschreven geschiedenis wordt in de regel gedomineerd door de grote historische gebeurtenissen, maar het alledaags leven is vaak net zo interessant. Zo is voedselbereiding een centraal thema dat steeds weer terugkeert. Of je nou behoorde tot de boeren, burgers of buitenlui, eten moe(s)ten we allemaal.
Door Nico Arts
De meeste archeologische overblijfselen uit middeleeuws Eindhoven wijzen op een eenvoudige samenleving. Dat geldt vooral wanneer we vergelijken met de archeologie van grote middeleeuwse steden, zoals ’s-Hertogenbosch en Antwerpen.
Eindhoven was een kleine stad met slechts zo’n 1000 inwoners. Bijna alle gebouwen waren van hout, terwijl in de grote steden de meeste gebouwen van baksteen waren. De archeologische vondsten uit Eindhoven wijzen op een gemengd bedrijf. Er werden diverse ambachten uitgevoerd, maar tegelijkertijd leidden veel burgers een boerenbestaan. Men teelde fruit en groenten en er scharrelde vee rond, zoals koeien, schapen, geiten en varkens. Op het dichtbevolkte platteland rondom de stad leefden hoofdzakelijk boeren die op de Eindhovense weekmarkt hun waar verkochten. De huidige dinsdagmarkt is een nog steeds bestaand overblijfsel uit middeleeuws Eindhoven.
Behalve boeren en burgers leefden er in en rondom Eindhoven ook adellijke personen die hun rijkdom haalden uit grondbezit. Ze woonden in huizen die 800 jaar geleden van baksteen waren gebouwd. Het waren miniatuurkastelen waaromheen een gracht liep. Een van de belangrijkste kastelen in Eindhoven (eigenlijk in Woensel) was het kasteel Ten Hage, op de plek van het latere klooster Mariënhage. Tijdens een opgraving in 2007 werden in de gracht van Ten Hage delen gevonden van een uitzonderlijk mooie zandstenen vijzel. Deze is deskundig gerestaureerd door Dirk Vlasblom. De vijzel diende voor het tot poeder malen van kruiden voor voedsel. Ongetwijfeld was dat voedsel net zo lekker als de vijzel mooi is. Maar wat er in de vijzel verpoederd is, weten we niet.
Foto: Laurens Mulkens.
Op een aangename nazomerdag streek het panel neer in Fort Altena in het uiterste noorden van Brabant. Het sfeervolle fort vormde op zondag 10 oktober een aangenaam decor voor een dagje schattenjacht. Check nu de reportage:
Analysedag in Fort Altena
Begin dit jaar werd in Beers een duizenden jaren oude hamerbijl ontdekt. Volgens Godfried Scheijvens, die als archeoloog verbonden is aan het Meldpunt Bodemvondsten van de Provincie Noord-Brabant – is het een ‘schoenleestbijl’ en stamt hij uit de periode 4.000 tot 3.500 voor Christus.
Scheijvens: ‘De bijlen van dit type behoren oorspronkelijk tot de Rössencultuur. Van deze cultuur zijn in Nederland weinig sporen teruggevonden en dan nog voornamelijk in Limburg en de Achterhoek. Omdat het grootste deel van ons land niet tot het verspreidingsgebied van de Rössencultuur behoorde, is het aannemelijk dat bijlen als deze via de handel hier terechtgekomen zijn. Deze bijlen worden overigens in het Duits ‘Schuhleistkeile’ en in het nederlands ‘schoenleestbijlen’ genoemd. Ze staan daarnaast ook bekend als ‘doorboorde breedwiggen’ genoemd. Het is een bijltype dat tot de familie van de hamerbijlen wordt gerekend.’
Volgens amateurarcheoloog Jan Kusters uit Vianen heeft Wilhelmien Peters-Rit de bijl gevonden bij het verwijderen van een vloer uit het voorhuis van een boerderij in Beers. Uiteindelijk kwam de bijl bij Kusters terecht om deze te dateren. Die toog er vervolgens mee naar Scheijvens.
Bron: De Gelderlander, 1 november 2010.